Opvoedingsproject

Elke school stelt zich als doel om, binnen het kader van de studierichtingen die ze aanbiedt, bekwame mensen te vormen. Ouders, maatschappij en wetgever verwachten vandaag echter meer. Terecht zet de school zich in om leerlingen inzichten, vaardigheden en waarden bij te brengen om te leren leven.
We willen leerlingen, leerkrachten en ouders via de school laten groeien om te lukken en gelukkig te zijn: we hebben ambitie om, waar we kunnen, mensen te emanciperen, te bevrijden van faalangst en complexen.
Het is onze overtuiging dat jongeren makkelijker tot ontplooiing en groei komen als ze zichzelf graag zien, vanuit een positief zelfbeeld, met talenten en gaven, zoals ze geschapen zijn naar Zijn beeld en gelijkenis.
Het is onze ervaring dat positief denken én een opbouwende houding tegenover mislukkingen, weerstanden en problemen, kunnen teruggaan naar een evangelische uitspraak: ‘Wees niet bang, Ik ben bij u’; zo komen onverhoopte nieuwe wegen, uitdagingen en oplossingen dichterbij ter vervanging van ‘laten betijen, depressiviteit of machtsgebruik, onbewuste hooghartigheid vanuit een bevoorrechte situatie’.
De snelste weg naar een kortstondige genoegdoening is over-consumptie: we ‘consumeren’ relaties, we verslinden tonnen voedsel, we kopen bergen teveel, we produceren afval en veroorzaken milieuvervuiling, … en zijn onverzadigbaar. Toch zijn er op elk werk en in elke vereniging lichtende voorbeelden van eenvoudige, gelukte en gelukkige mensen: door nadenken, studeren, luisteren, lezen, … hebben ze inzicht en zingeving gevonden.
Mooie, ‘veelkleurige’mensen engageren zich in vrije tijd of in een stresserende job voor kansen-en-waarden-op-maat-van-mede-mensen; ze zijn gedreven door een zingeving voor menselijkheid. Deze school wil aan jongeren een opvoeding voorleven die model staat voor een toekomst met grotere humaniteit. We durven geloven in jonge mensen: we willen ons inzetten om in onze taal en houding waarderend, luisterend en gelijkwaardig elk signaal, feit en verhaal au sérieux te nemen. We willen de moed opbrengen om in samenspraak deze weg van geweldloosheid voor te leven.
In de houding van onze personeelsleden verwachten we een model-functie: model-leren of leren van modellen. Zij vormen de basis waarin we geloven, waarop we vertrouwen. Rond de 5 basiswaarden of kristallisatiekernen uit het opvoedingsproject bouwen we een gemeenschappelijk draagvlak voor waardenopvoeding. Van elke leerling, ouder, medewerker van de school, vragen we, naar ‘godsvrucht en vermogen’, een eigen ondersteuning van dit waardenpatroon.
Wat bedoelen we met?
Vrijheid en verantwoordelijkheid: we willen geen school zijn met 1000 reglementen om 1000 andere reglementen in stand te houden, met aan elke poort op elk moment een ‘cipier’, met leerkrachten met speurdersogen. We hebben een kader met een beperkt aantal afspraken dat een normaal en vlot verkeer tussen mensen op school mogelijk maakt. We willen geen levensvreemde school zijn die een super-veiligheidsharnas rond leerlingen bouwt. Een krachtig positief denken bevrijdt enerzijds van negativisme en anderzijds van naïviteit. We geven aan onze leerlingen een hanteerbare vrijheid die groter wordt met de leeftijd, van eerstes tot zesdes of zevendes. Daarin bewegen zich levensechte leerlingen en personeelsleden die, elk op hun niveau, ervaren hoe het leven in mekaar zit. Binnen die vrijheid kan iedereen een stimulans vinden tot initiatief, tot herbronnen en bijsturing, tot zelfwerkzaamheid en creativiteit, tot respect voor afspraken. In een dichte en attente aanwezigheid van medewerkers zullen leerlingen op regelmatige momenten op gestelde vragen een antwoord kunnen geven: ver-antwoord-ing.
Van het antwoord dat we krijgen verwachten we echtheid en betrouwbaarheid. We zijn allergisch voor diplomatie om een slag thuis te halen; we zetten ons af tegen het aftasten om te kunnen zeggen wat de andere verwacht dat we zeggen … om er goed uit te komen. Jonge mensen hebben daartoe bijzondere antennes: ze voelen aan in hun kleinste hartje, ze zijn bij een boodschap beroerd door hun eerste emotie; naast een woordenvloed of een hortend gestamel zal in een gesprek lichaamstaal mee de waarden en de bedoelingen vertalen waaruit mensen zich gedragen.
In een antwoord op een vraag, in woord en daad, willen we een uiting zien van een onweerlegbaar respect voor de andere: voor de inspanning die verricht werd, voor het materiaal dat ter beschikking werd gesteld, voor de afspraken die werden gemaakt. Op zoveel momenten proberen we te overleggen over de ‘eigen-grote-waarheid-van-het-moment’. Op basis van gelijkwaardigheid en begrip, beredeneerde mildheid en milde beredenering, willen we een levensfeer scheppen waarin we geweldloos en waarderend met mekaar omgaan. Zetten we ons samen in om open te staan voor ‘het Meer dat er is tussen hemel en aarde’, om ogen te hebben voor goedheid en hartelijkheid, om de vraag te stellen of wat we zo goed bedoelen ook wel bij de andere zo overkomt?
Telkens als we snel en doelgericht moeten optreden, willen we ons denken en handelen toetsen aan een niet-tegen-sprekelijke eerbied voor al wat leeft we willen positief kritisch bezinnen hoe het komt dat wij, westerlingen, als de zon intens schijnt op zomerdagen, in ademnood verkeren door zuurstof-gebrek: ecologisch denken en handelen.
In een eigentijdse school kunnen we het oude gezegde ‘twee weten meer dan één’ laten herleven: steunend op persoonlijke bekwaamheid en inzet zijn we bereid om samen-te-werken, samen-te-denken, collegiaal en in-team, elk met eigen geaardheid en inbreng van talenten, zonder profitariaat, betrokken op het persoonlijk slagen en op het succes van de andere, van ver of nabij: sociale houding en burgerzin.
Vanuit dit duidelijk omschreven waardenpatroon doen we inspanningen – in denken en doen – om onze oude onderwijsvisie ‘op zoek naar fouten om in het rood te onderstrepen’ om te buigen: optillen van wat positief is, een taal spreken van verwachting in plaats van moeten, werk maken van een eerlijke foutenanalyse die niet dient om te straffen. Zelfs bij de grootse stommiteiten stellen we de vraag naar de drijfveer en naar de suggestie voor ‘hoe anders’.
Ons luisterend oor en hart verhindert onze tong om te dreigen en blind te sanctioneren: we confronteren met de gevolgen van een daad en bespreken een engagement tot herstel. Eerder dan angst beogen we bewust gedrag vanuit een oprecht, ervarings-gericht weten en geweten.
Proberen we eens te leren uit onze successen en bij te sturen uit onze fouten : positief omgaan met … om te laten groeien.
We geloven in de talenten waarmee jongeren naar onze school komen: bij sommigen liggen ze er vingerdik op, bij anderen zijn ze als diamanten verborgen. Vanuit bevestigen, ondersteunen en bekrachtigen kan in een positieve evolutie, met geduld, met de passende stapstenen en drempels, alles aangeleerd worden.
De enen zullen schitteren door het omgaan met talen, wiskunde, logica; anderen zullen ons verbazen door hun vermogen om mee-te-leven, om te coachen; nog anderen zullen monden doen openvallen om hun scheppend vermogen met materie en mensen; zovelen zullen ons beroeren met hun oprechte emoties waarmee ze gedreven jonge mensen zijn: relationele, cognitieve, sociale, creatieve en emotionele intelligentie en attitudes … en sommigen hebben nog veel meer ….
Etienne Carrette

Activiteitenkalender